Citaat | Raad van State 17 april 2019
Alinea 32 Raad van State 17 april 2019
Een alinea uit Raad van State 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:990.
6. [appellant sub 2] heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn beroep ingesteld tegen de besluiten van 11 september 2017. Daarom heeft de staatssecretaris, overeenkomstig artikel 22a, derde lid, van de RWN, de rechtbank in kennis gesteld van deze besluiten. Vervolgens heeft Wassenaar de rechtbank bij brief van 5 oktober 2017 aangeboden als amicus curiae deel te nemen aan de behandeling van het beroep. Bij brief van 31 oktober 2017 heeft de rechtbank de Raad voor Rechtsbijstand een last tot toevoeging gegeven voor Wassenaar als bedoeld in artikel 22c, eerste lid, van de RWN. Hiermee werd Wassenaar bevoegd om in de beroepsfase als raadsman van [appellant sub 2] op te treden. Ter zitting van de rechtbank heeft Wassenaar naar voren gebracht dat sprake is van een curieuze situatie, omdat hij [appellant sub 2] nooit heeft gesproken en dus niet weet hoe hij tegen de zaak aankijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa0f75d71d219d5c6259573c97848d975f85a48f76f6fb1e1883297d4e0e64da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa0f75d71d219d5c6259573c97848d975f85a48f76f6fb1e1883297d4e0e64da, en de alinea staat in dat document op bytes 12972 tot 13881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa0f75d71d219d5c6259573c97848d975f85a48f76f6fb1e1883297d4e0e64da | shasum -a 256