Citaat | Raad van State 15 april 2020

Alinea 25 Raad van State 15 april 2020

Een alinea uit Raad van State 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1073.

2. De rechtbank heeft vooropgesteld dat uit artikel 18, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), gelezen in samenhang met artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet op de huurtoeslag (Wht), volgt dat degene die aanspraak op huurtoeslag maakt, moet kunnen aantonen dat hij huurkosten heeft gemaakt. Uit de jurisprudentie van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 14 november 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3709), volgt dat het belang van controle op een juiste besteding van overheidsgelden meebrengt dat degene die aanspraak op huurtoeslag maakt in beginsel de verschuldigde huurprijs daadwerkelijk ten tijde van of kort na het verstrijken van de periode waarop de betalingsverplichting betrekking heeft, moet voldoen. Dat sluit niet uit dat zich omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan aanleiding bestaat om een uitzondering te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat vaststaat dat [appellante] niet de volledige huurkosten over het jaar 2017 heeft betaald. Pas in beroep is een bankafschrift overgelegd waaruit blijkt dat [appellante] achtmaal een bedrag van € 200,00 heeft overgemaakt aan de verhuurster. Dit betekent dat er nog € 5.300,00 aan huurpenningen betaald moet worden. De vraag of zich in deze zaak bijzondere omstandigheden voordoen heeft de rechtbank vervolgens ontkennend beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b, en de alinea staat in dat document op bytes 7593 tot 8962.