Citaat | Raad van State 15 april 2020

Alinea 28 Raad van State 15 april 2020

Een alinea uit Raad van State 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1073.

3. [appellante] is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en betoogt dat zij wel recht heeft op huurtoeslag over 2017 nu er sprake is van bijzondere omstandigheden. Door de handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen kan haar niet worden verweten dat zij de huur niet, niet geheel of niet op tijd heeft betaald. De Belastingdienst/Toeslagen heeft haar voorschotten huurtoeslag in 2017 verrekend met openstaande vorderingen van de kinderopvangtoeslag. Hierdoor is zij met haar inkomen onder de beslagvrije voet terecht gekomen waardoor het voor haar onmogelijk werd om de huur te betalen. De verrekening is niet aan haar gemeld en had niet plaats mogen vinden nu de beslagvrije voet dat niet toeliet. De Belastingdienst/Toeslagen was op de hoogte van haar inkomen en had derhalve op eigen initiatief rekening moeten houden met de beslagvrije voet. [appellante] voert verder aan dat zij, nu de huurtoeslag niet is uitbetaald en er ten onrechte is verrekend, een vordering uit onrechtmatige daad heeft op de Belastingdienst/Toeslagen en dat zij deze vordering heeft gecedeerd aan de verhuurster ter betaling van de huur. Cederen is ook een vorm van betalen, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b, en de alinea staat in dat document op bytes 9305 tot 10508.