Citaat | Raad van State 15 april 2020

Alinea 37 Raad van State 15 april 2020

Een alinea uit Raad van State 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1073.

5. Zoals de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 17 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1297), terecht heeft overwogen, is het aan de aanvrager van een toeslag om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2702) mag de Belastingdienst/Toeslagen er in beginsel van uitgaan dat op één Brp-adres één zelfstandige woning aanwezig is en dat degenen die op hetzelfde Brp-adres zijn ingeschreven, met uitzondering van een eventuele onderhuurder en degenen die behoren tot het huishouden van de onderhuurder, aangemerkt kunnen worden als medebewoners die behoren tot hetzelfde huishouden als de aanvrager van de huurtoeslag. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat op één Brp-adres meer zelfstandige woningen aanwezig zijn. Daarbij moet de aanvrager bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat de gehuurde woning beschikt over een eigen toegang en over de voor een woning wezenlijke voorzieningen, die bovendien niet met andere bewoners op hetzelfde adres worden gedeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b, en de alinea staat in dat document op bytes 18832 tot 19963.