Citaat | Raad van State 15 april 2020

Alinea 38 Raad van State 15 april 2020

Een alinea uit Raad van State 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1073.

[appellante] heeft in correspondentie met de Belastingdienst/Toeslagen wel steeds medegedeeld dat haar woonadres uit drie zelfstandige wooneenheden bestaat, maar deze mededeling alleen is onvoldoende om aannemelijk te maken dat de Brp niet klopt. [appellante] heeft ten tijde van het besluit van 21 maart 2018 geen bewijsstukken overgelegd, zoals foto’s, waaruit blijkt dat er meerdere zelfstandige wooneenheden aanwezig waren. [appellante] heeft dat pas aannemelijk gemaakt door in de bezwaarfase een besluit van 18 mei 2018 over te leggen van GBLT over de aanslag zuiveringsheffing van het waterschap. In dat besluit wordt, na onderzoek op locatie op 3 mei 2018, vastgesteld dat aldaar drie zelfstandige wooneenheden aanwezig zijn. Het voorgaande betekent dat er weliswaar sprake is van herroeping van het besluit van 21 maart 2018, maar niet wegens een aan de Belastingdienst/Toeslagen te wijten onrechtmatigheid, wat op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is vereist voor het toekennen van een kostenvergoeding in bezwaar. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen in bezwaar terecht geen kostenvergoeding heeft toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7367eae841bb3ff40bf87bc0d341bf6df23a62fac5dcfd34c7d98d5f7c440b, en de alinea staat in dat document op bytes 19969 tot 21188.