Citaat | Raad van State 29 april 2020

Alinea 27 Raad van State 29 april 2020

Een alinea uit Raad van State 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1161.

4. De rechtbank heeft, kort samengevat en zakelijk weergegeven, overwogen dat niet in geschil is dat tijdens de inspectie op 14 juli 2016 in de woning zes personen woonachtig waren verdeeld over zes verschillende woonruimten en dat zowel [wederpartij sub 2] als [wederpartij sub 1] niet beschikten over een omzettingsvergunning voor kamerbewoning. Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte heeft plaatsgevonden en dat, nu hiervoor geen vergunning is verleend, artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3.2.2 van de Huisvestingsverordening 2016 zijn overtreden. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de Huisvestingverordening 2016 onverbindend is wegens strijd met artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de tekst van dat artikel dat de gemeenteraad slechts gebruik mag maken van zijn bevoegdheid om een huisvestingsverordening vast te stellen, indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Volgens de rechtbank heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van de Huisvestingsverordening 2016 niet onderbouwd dat in de gemeente Rotterdam sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte en was hij, gelet op artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingwet 2014, niet bevoegd om die Huisvestingsverordening 2016 vast te stellen, met uitzondering van de bevoegdheden met betrekking tot urgentieverklaring. Omdat de bestreden besluiten waren gebaseerd op de Huisvestingsverordening 2016, die de rechtbank onverbindend achtte, kunnen deze geen stand houden. Volgens de rechtbank kon het college [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] geen vergunningplicht voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte tegenwerpen. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien door de beide besluiten van 13 september 2016 te herroepen. Dit betekent dat [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] ten onrechte een boete was opgelegd en deze dus niet hoeven te betalen, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d90b20b25dda9cb23863d85b57f0f28717b0b4ebc81e73259b6fb53bbc7ff9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d90b20b25dda9cb23863d85b57f0f28717b0b4ebc81e73259b6fb53bbc7ff9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 11130 tot 13287.