Citaat | Raad van State 29 april 2020

Alinea 44 Raad van State 29 april 2020

Een alinea uit Raad van State 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1161.

9.3. Uit het vorenstaande volgt dat de raad bij de vaststelling van de Huisvestingsverordening 2016 op 17 december 2015 niet heeft onderbouwd dat in de in dit geding centraal staande wijk van de gemeente Rotterdam sprake was of is van schaarste aan goedkope woonruimte buiten de gereguleerde huursector en van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten die het opnemen van een verbod tot omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, met vergunningplicht rechtvaardigde. Die onderbouwing is evenmin te vinden in het RIGO-rapport, de onderzoeksnotitie van 21 januari 2018 en de Monitor. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de gemeenteraad door de regels zoals opgenomen in hoofdstuk 3, paragraaf 3.3, van de Huisvestingsverordening 2016 inbreuk maakt op het eigendomsrecht van particuliere huizenbezitters. Dit brengt mee dat voormelde bepalingen van de destijds geldende Huisvestingsverordening 2016 in de voorliggende twee boetezaken buiten toepassing dienden te worden gelaten. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat het college [wederpartij sub 2] en [wederpartij sub 1] geen vergunningplicht voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte kon tegenwerpen. De slotsom is dat de aangevallen uitspraak in stand kan blijven met verbetering van de gronden waarop de rechtbank haar oordeel heeft gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d90b20b25dda9cb23863d85b57f0f28717b0b4ebc81e73259b6fb53bbc7ff9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d90b20b25dda9cb23863d85b57f0f28717b0b4ebc81e73259b6fb53bbc7ff9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 27807 tot 29180.