Citaat | Raad van State 8 juli 2020
Alinea 41 Raad van State 8 juli 2020
Een alinea uit Raad van State 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1595.
5. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in het tweede document de openbaarmaking van de aanhef, de eerste drie zinnen en de daarop volgende afsluiting niet op grond van artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob had mogen worden geweigerd. Dat geldt volgens hem in ieder geval voor de datum, het onderwerp, en de onderscheidende passage in de eerste zin van dit document. Hij wijst voor de motivering daarvoor naar hetgeen hij over het eerste document heeft aangedragen. Zou openbaarmaking van die informatie achterwege blijven, dan resteert vervolgens geen informatie met zelfstandige betekenis, zodat ook de openbaarmaking van die informatie achterwege kan blijven. Over het derde document voert de minister aan dat de rechtbank niet heeft gespecificeerd op welke informatie haar oordeel precies betrekking had. De minister neemt aan dat het oordeel zag op het onderwerp, de datum en de informatie onder het eerste 'kopje', alsmede dat 'kopje' zelf, in het derde document. Ook voor deze informatie geldt dat artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob aan openbaarmaking in de weg staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e131a246061498fe173b5a067f8a930c1961530e9fe688dbe262a1a6b2e4a41d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e131a246061498fe173b5a067f8a930c1961530e9fe688dbe262a1a6b2e4a41d, en de alinea staat in dat document op bytes 13947 tot 15090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e131a246061498fe173b5a067f8a930c1961530e9fe688dbe262a1a6b2e4a41d | shasum -a 256