Citaat | Raad van State 22 januari 2020

Alinea 67 Raad van State 22 januari 2020

Een alinea uit Raad van State 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:169.

10. CPL betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een gerechtvaardigde inmenging in haar grondrechten. Zij voert hiertoe aan dat het bevorderingsverbod een ongerechtvaardigde inbreuk maakt op de vrijheid van meningsuiting, zoals neergelegd in artikel 7 van de Grondwet, artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). Volgens CPL voldoet artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wok niet aan het vereiste dat de wet voldoende toegankelijk en voorzienbaar moet zijn. Dit betekent dat ook de last onder dwangsom niet op dit artikel kan worden gebaseerd. Daarnaast wordt niet voldaan aan het noodzakelijkheidvereiste, omdat de opgelegde last onder dwangsom betrekking heeft op alle content die CPL aanbiedt, dus ook de rechtmatige content die zij aanbiedt. Haar recht op vrije meningsuiting wordt hierdoor ernstig beperkt. Volgens CPL had de KSA op eenvoudigere, minder ingrijpende manieren de handhavingsdoelstellingen kunnen nastreven. CPL voert verder aan dat er een ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van ondernemerschap als bedoeld in artikel 16 van het Handvest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e182ca0b09d5bd8d299f7958ed8867f6d61b61a13eb8ff33751ac19f494d392. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e182ca0b09d5bd8d299f7958ed8867f6d61b61a13eb8ff33751ac19f494d392, en de alinea staat in dat document op bytes 23382 tot 24688.