Citaat | Raad van State 29 januari 2020

Alinea 185 Raad van State 29 januari 2020

Een alinea uit Raad van State 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:283.

26.2. Uit voormelde uitspraak van 4 mei 2016 volgt dat de toepassing van het relativiteitsvereiste als vervat in artikel 8:69a van de Awb met zich brengt dat ten aanzien van beroepsgronden die zijn aangevoerd in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt bezien of de in zoverre ingeroepen norm strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. In dit geval gaat het over de normen neergelegd in de Wet bodembescherming. De normen uit de Wet bodembescherming strekken tot bescherming van de kwaliteit van de bodem. Voor Aprisco en andere gaat het echter om het belang dat zij gevrijwaard blijven van nadelige gevolgen van het plan voor hun ondernemersklimaat en bedrijfsvoering. De bepalingen van de Wet bodembescherming strekken daarom kennelijk niet tot bescherming van de belangen van Aprisco en andere.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc32faf33d8a3d99648138f1b152b2e68e7adb7c62b44e1173fcef0061322d71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc32faf33d8a3d99648138f1b152b2e68e7adb7c62b44e1173fcef0061322d71, en de alinea staat in dat document op bytes 85307 tot 86177.