Citaat | Raad van State 29 januari 2020
Alinea 71 Raad van State 29 januari 2020
Een alinea uit Raad van State 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:283.
Zodanige concurrent dient, als hij stelt dat het plan in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, daarbij feiten en omstandigheden aan te voeren die het oordeel rechtvaardigen dat de voorziene ontwikkeling tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening voor hem relevante leegstand zal kunnen leiden. In dat geval staat het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste niet aan inhoudelijke beoordeling van de gestelde strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in de weg. In het kader van die beoordeling kan aan de orde komen of het plan zodanige leegstandseffecten tot gevolg heeft dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie zal kunnen leiden. Daarbij betrekt de bestuursrechter het oordeel van het bestuursorgaan over de aanvaardbaarheid van die leegstandseffecten (uitspraak van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585 (Wijchen)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc32faf33d8a3d99648138f1b152b2e68e7adb7c62b44e1173fcef0061322d71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc32faf33d8a3d99648138f1b152b2e68e7adb7c62b44e1173fcef0061322d71, en de alinea staat in dat document op bytes 23789 tot 24736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc32faf33d8a3d99648138f1b152b2e68e7adb7c62b44e1173fcef0061322d71 | shasum -a 256