Citaat | Raad van State 2 december 2020

Alinea 37 Raad van State 2 december 2020

Een alinea uit Raad van State 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2849.

9. De rechtbank heeft verder in de financiële draagkracht van [partij] in dit geval terecht een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 5:46, derde lid, van de Awb gezien om tot verdere matiging van de boete over te gaan. Niet in geschil is dat [partij] geen inkomen heeft. Zij studeert in Nederland en haar moeder, woonachtig in China, voorziet in de kosten van haar levensonderhoud en studie. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van haar moeder. Dat [partij], zoals het college stelt, een baan zou kunnen zoeken naast haar studie, is niet relevant voor de beoordeling van haar financiële situatie nu. Bovendien vloeit uit paragraaf 33 van bijlage I van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 voort dat zij als buitenlandse student in beginsel hooguit 16 uur per week mag werken of alleen in de maanden juni, juli en augustus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/782bb22bd32172ea842c627fb7e5fa9f3e75bd4d5c4a039a845419db12f726ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 782bb22bd32172ea842c627fb7e5fa9f3e75bd4d5c4a039a845419db12f726ed, en de alinea staat in dat document op bytes 21266 tot 22141.