Citaat | Raad van State 9 december 2020

Alinea 29 Raad van State 9 december 2020

Een alinea uit Raad van State 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2927.

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] geen misbruik van recht heeft gemaakt. Met de overgelegde kopie van het paspoort heeft het college bovendien de identiteit van de verzoeker deugdelijk vast kunnen stellen. Het college heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld tot welke conclusie het college had moeten komen als het bezwaar ontvankelijk was verklaard. Met de overgelegde kopie van het paspoort had het college de identiteit van [wederpartij] deugdelijk kunnen vaststellen. Dat de handtekening onder het inzageverzoek niet overeenkomt met eerder ingediende Wob-verzoeken van [wederpartij], had voor het college geen reden mogen zijn om te twijfelen aan de legitimiteit van het inzageverzoek. Het inzageverzoek was daarom ten onrechte buiten behandeling gesteld, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1be2007a0d9f8179b3ef998aad8ba0525fe02750b62066ffb5a347004566e5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1be2007a0d9f8179b3ef998aad8ba0525fe02750b62066ffb5a347004566e5b, en de alinea staat in dat document op bytes 8742 tot 9618.