Citaat | Raad van State 9 december 2020
Alinea 39 Raad van State 9 december 2020
Een alinea uit Raad van State 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2927.
6. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het de identiteit van [wederpartij] deugdelijk kon vaststellen. Omdat de handtekening verschilde van de handtekening op door een persoon met dezelfde naam ingediende Wob-verzoeken, kon het twijfelen aan de identiteit van [wederpartij]. Vanwege het uitblijven van een adequate reactie van [wederpartij] kon het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren en mocht het ook het inzageverzoek buiten behandeling stellen, aldus het college.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1be2007a0d9f8179b3ef998aad8ba0525fe02750b62066ffb5a347004566e5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1be2007a0d9f8179b3ef998aad8ba0525fe02750b62066ffb5a347004566e5b, en de alinea staat in dat document op bytes 14972 tot 15504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1be2007a0d9f8179b3ef998aad8ba0525fe02750b62066ffb5a347004566e5b | shasum -a 256