Citaat | Raad van State 30 december 2020

Alinea 34 Raad van State 30 december 2020

Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045.

4.2. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN volgt dat de staatssecretaris het Nederlanderschap kan intrekken op grond van misdrijven die zich richten tegen de essentiële belangen van het Koninkrijk. Dat de betrokkene de essentiële belangen van het Koninkrijk heeft geschaad is in gevallen als deze gebleken uit de onherroepelijke veroordeling voor een terroristisch misdrijf. Uit deze geschiedenis volgt dat de strafrechter niet bevoegd is om aan de veroordeling het verlies van het Nederlanderschap te verbinden. Het gaat hier om een maatregel waaraan een zelfstandige beoordeling door de staatssecretaris van alle relevante feiten en omstandigheden vooraf moet gaan. De staatssecretaris beoordeelt of de schending van de essentiële belangen van het Koninkrijk dermate ernstig is, dat de intrekking van het Nederlanderschap hiervan het gevolg moet zijn (Kamerstukken II 2008/09, 31 813, nr. 3, blz. 7 en 8). Met de intrekking komt tot uitdrukking dat wanneer iemand de essentiële belangen van Nederland op deze wijze ernstig schaadt, de band met Nederland niet langer kan bestaan (Kamerstukken I 2015/16, 34 016, onderdeel C, blz. 2 en 3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300, en de alinea staat in dat document op bytes 15603 tot 16827.