Citaat | Raad van State 30 december 2020

Alinea 48 Raad van State 30 december 2020

Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045.

6.2. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen kan de intrekkingsgrond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN op zichzelf bezien op iedereen worden toegepast die voor de in die bepaling bedoelde misdrijven is veroordeeld. [appellant] wijst er echter terecht op dat feitelijk alleen Nederlanders met meerdere nationaliteiten worden geraakt door deze bepaling, omdat artikel 14, achtste lid, van de RWN bepaalt dat geen verlies van het Nederlanderschap plaatsvindt, indien staatloosheid daarvan het gevolg zou zijn. Zoals de staatssecretaris heeft toegelicht vindt dit directe onderscheid zijn oorsprong in het Staatloosheidsverdrag en in artikel 7, derde lid, van het EVN. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 augustus 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ7002) staat het de staten die partij zijn bij het EVN niet vrij om in andere gevallen te voorzien in het verlies van nationaliteit dan die het EVN toestaat. De doelstelling van het in artikel 14, achtste lid, van de RWN neergelegde verbod, te weten het voorkomen van staatloosheid, is, mede gelet op het Staatloosheidsverdrag en het EVN, legitiem. Het voorkomen van staatloosheid is een verdragsrechtelijke plicht, die impliceert dat staten personen met één nationaliteit anders moeten behandelen dan personen met meerdere nationaliteiten. Daarentegen is er geen verdragsrechtelijk verankerd recht op meerdere nationaliteiten. De Afdeling vindt hiervoor steun in het rapport 'Human rights and arbitrary deprivation of nationality' van de VN-Mensenrechtenraad (A/HRC/25/28, onder 6) van 19 december 2013 en de 'Opinion on the draft constitutional law on "protection of the Nation" of France' van de Commissie van Venetië (nr. 838/2016, onder 86) van 14 maart 2016. De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de inperking van zijn mogelijkheid om het Nederlanderschap krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN in te trekken tot personen waarbij de intrekking niet leidt tot staatloosheid, een geschikt middel is om de hiervoor vermelde doelstelling te bereiken. Verder verricht de staatssecretaris in elk individueel geval een evenredigheidsbeoordeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300, en de alinea staat in dat document op bytes 26948 tot 29163.