Citaat | Raad van State 30 december 2020

Alinea 54 Raad van State 30 december 2020

Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045.

Verder betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris niet vanwege zeer bijzondere omstandigheden van de intrekking had moeten afzien en de artikelen 3 en 8 van het EVRM niet relevant zijn. [appellant] voert aan dat de intrekking willekeurig is en daarmee in strijd met artikel 8 van het EVRM, ook gelet op zijn familie- en gezinsleven, en dat hij bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. [appellant] voert onder verwijzing naar het arrest van het EHRM van 25 juni 2020, Ghoumid e.a. tegen Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2020:0625JUD005227316, aan dat de toets aan artikel 8 van het EVRM in het kader van de intrekking van het Nederlanderschap ruimer zou moeten zijn dan beantwoording van de vraag of de intrekking willekeurig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300, en de alinea staat in dat document op bytes 32737 tot 33583.