Citaat | Raad van State 30 december 2020

Alinea 59 Raad van State 30 december 2020

Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045.

7.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2912) kan uit het arrest van het EHRM van 11 oktober 2011, Genovese tegen Malta, ECLI:CE:ECHR:2011:1011JUD005312409, worden afgeleid dat als zich bij de afwijzing van een naturalisatieverzoek willekeur voordoet, onder bijzondere omstandigheden artikel 8 van het EVRM in beeld kan komen. Uit het arrest van het EHRM van 12 juni 2018, Alpeyeva en Dzhalagoniya tegen Rusland, ECLI:CE:ECHR:2018:0612JUD000754909, en het arrest Ghoumid, kan worden afgeleid dat hetzelfde geldt bij de intrekking van een nationaliteit. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat de intrekking van het Nederlanderschap een bij wet voorziene regeling is, die gelet op de hiervoor beschreven evenredigheidsbeoordeling niet willekeurig wordt toegepast en met de nodige waarborgen en rechtsbescherming is omkleed. Verder heeft de Afdeling in de uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2020:3046, overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar Marokko. Alleen al hierom kan [appellant] zich in deze procedure niet met succes op artikel 3 van het EVRM beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300, en de alinea staat in dat document op bytes 38939 tot 40264.