Citaat | Raad van State 30 december 2020
Alinea 62 Raad van State 30 december 2020
Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045.
8. [appellant] betoogt tot slot dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen aanleiding bestaat tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof. [appellant] heeft drie vragen voorgesteld, over de toepasselijkheid van Richtlijn 2000/43/EG over de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB 2000 L180) en artikel 21 van het EU Handvest, het arrest van het Hof van 7 juli 1992, Michelletti, ECLI:EU:C:1992:295, waarbij [appellant] erop wijst dat het van belang is om te beoordelen of hij in het licht van de Verblijfsrichtlijn rechten kan ontlenen aan zijn verblijf in België, en het arrest van het Hof van 12 maart 2019, Tjebbes e.a., ECLI:EU:C:2019:189.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300, en de alinea staat in dat document op bytes 40356 tot 41105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efbe6f6ff33d018e45b605a351a247e1c022e876b44f0e880d88f9ff1cd6d300 | shasum -a 256