Citaat | Raad van State 30 december 2020
Onder 16.3. Raad van State 30 december 2020
Een alinea uit Raad van State 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3147.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan de vraag naar de rechtstreekse werking van de bepalingen van de richtlijn alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd. Zie onder meer de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938. De m.e.r.-richtlijn is in het nationale recht geïmplementeerd door de regelgeving over de m.e.r.-plicht, die nu wordt aangeduid met de besluit-m.e.r.-plicht. Artikel 1.11 van de Chw, zoals dat luidde vóór 16 mei 2017, strekt mede tot uitvoering van de m.e.r.-richtlijn en stelt regels over alternatieven voor de voorgenomen activiteit in het geval een MER ten behoeve van een besluit wordt opgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36aeecb2e38e002c3f8cd33a72f275f1e76fff3351419d742cf1859aeb8f2fe6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36aeecb2e38e002c3f8cd33a72f275f1e76fff3351419d742cf1859aeb8f2fe6, en de alinea staat in dat document op bytes 58565 tot 59313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36aeecb2e38e002c3f8cd33a72f275f1e76fff3351419d742cf1859aeb8f2fe6 | shasum -a 256