Citaat | Raad van State 5 februari 2020
Alinea 212 Raad van State 5 februari 2020
Een alinea uit Raad van State 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:375.
35.4. In hoofdstuk 8 van het rapport over de waterkering is geconcludeerd dat in de nieuwe situatie wordt voldaan aan het gestelde toetsingscriterium van 10% en dat geen sprake is van een noemenswaardige risicoverhoging als gevolg van de plaatsing van de zeven nieuwe windturbines. De waterveiligheid blijft dan ook gewaarborgd, aldus het rapport over de waterkering. Daarbij is er tevens op gewezen dat indien wordt uitgegaan van projectspecifieke faalfrequenties, er slechts sprake is van een verwaarloosbare riscoverhoging. In het rapport over de waterkering is de risicoverhoging namelijk zowel doorberekend aan de hand van faalfrequenties afkomstig uit het Handboek als aan de hand van zogenoemde projectspecifieke faalfrequenties. In paragraaf 5.5 van het rapport over de waterkering is in dit verband gesteld dat de faalfrequentienormen uit het Handboek zijn gebaseerd op oudere windturbines en dat het aannemelijk is dat bij moderne nieuwe windturbines lagere faalfrequenties van toepassing zijn. Daarom is de risicoanalyse ook aan de hand van projectspecifieke faalfrequenties doorgerekend. Uit hoofdstuk 8 blijkt dat wanneer wordt gerekend met de faalfrequenties uit het Handboek de additionele faalfrequentie maximaal 8,99% bedraagt en dat wanneer wordt gerekend met projectspecifieke faalfrequenties de additionele faalfrequentie maximaal 0,70% bedraagt. Bij deze maximum percentages is ervan uitgegaan dat bij de waterkering geen sprake meer is van een restprofiel en dat de dijk als gevolg van het falen van de windturbine volledig is weggeslagen. Een restprofiel is aanwezig indien nog delen van de waterkering intact zijn die nog een bepaalde waterstand kunnen keren, zo staat in het rapport over de waterkering. Door uit te gaan van een situatie zonder restprofiel, zien de berekende additionele faalfrequenties op worst-case situaties. Wanneer een waterkering wordt getroffen door een falende windturbine of windturbineonderdeel is namelijk aannemelijk dat nog sprake zal zijn van een restprofiel. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat bij de waterkering na het falen van de winturbine nog sprake is van een restprofiel, ligt de additionele faalfrequentie blijkens hoofdstuk 8 uitgaande van de faalfrequenties uit het Handboek op 1,1%.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f04689d9dcc636e7d1f246b7f09187b1a5e6a326dc86e1eaa47b2c38ee3b377. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f04689d9dcc636e7d1f246b7f09187b1a5e6a326dc86e1eaa47b2c38ee3b377, en de alinea staat in dat document op bytes 86548 tot 88816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f04689d9dcc636e7d1f246b7f09187b1a5e6a326dc86e1eaa47b2c38ee3b377 | shasum -a 256