Citaat | Raad van State 12 februari 2020

Alinea 104 Raad van State 12 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452.

Verder staat voorop dat provinciale staten op grond van artikel 7l van het Besluit uitvoering Chw in aanvulling op artikel 4.1 juncto artikel 3.1, eerste lid, van de Wro regels mogen stellen die strekken ten behoeve van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, mede met inachtneming van het belang om private inspanningen gericht op een duurzame en zorgvuldige veehouderij te bevorderen. Een zorgvuldige veehouderij als bedoeld in de Verordening is een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. De regels in de Verordening die zijn gesteld voor de transitie naar een zorgvuldige veehouderij zijn gebaseerd op dit artikel 7l. Dit betekent dat de regels ter invulling van een zorgvuldige veehouderij moeten strekken ten behoeve van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Ter invulling van een zorgvuldige veehouderij zijn door het college de nadere regels vastgesteld waar de BZV 2.0 onderdeel van uitmaakt. De BZV is ontwikkeld als rekeninstrument om de invulling van het begrip zorgvuldige veehouderij te concretiseren en te objectiveren. In de BZV 2.0 zijn onder andere certificaten opgenomen waaruit een ondernemer kan kiezen. Het college heeft toegelicht dat veel ondernemers beschikken over basiscertificaten die eisen stellen aan de productkwaliteit en voedselveiligheid omdat er anders voor het product geen afzetmarkt is. Maar daarnaast bevatten deze certificaten volgens het college ook aspecten die gunstig zijn voor de fysieke leefomgeving, een goede omgevingskwaliteit. Het college heeft toegelicht dat de certificaten die in de BZV 2.0 zijn opgenomen, zijn opgenomen omdat die één of meerdere van dat soort aspecten bevatten. De Afdeling is er van overtuigd dat de certificaten die in de BZV 2.0 voor varkenshouderijen zijn opgenomen, voorwaarden stellen aan bedrijven die betrekking hebben op of nauw samenhangen met aspecten van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, en dus met een goede omgevingskwaliteit, zoals diergezondheid/zoönosen, fosfaat-efficiency, brandveiligheid en energie. Dat sommige van die certificaten voor varkenshouderijen ook betrekking hebben op het aspect dierenwelzijn zonder dat daarmee direct een bijdrage wordt geleverd aan een goede omgevingskwaliteit, maakt dit niet anders. Varkenshouders kunnen het vereiste minimale aantal punten binnen de pijler Certificaten behalen via certificaten die voorwaarden aan bedrijven stellen die betrekking hebben op of nauw samenhangen met aspecten van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Deze situatie verschilt van de uitspraken van de Afdeling van 21 januari 2015 en 28 augustus 2015, omdat in die uitspraken een wijzigingsvoorwaarde in een bestemmingsplan dat nieuwe stallen minimaal voldoen aan de voorwaarden uit het certificeringssysteem MDV, is getoetst aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1 van de Wro en niet aan een norm met een bredere reikwijdte dan een goede ruimtelijke ordening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2, en de alinea staat in dat document op bytes 73736 tot 77001.