Citaat | Raad van State 12 februari 2020

Alinea 162 Raad van State 12 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452.

Het college heeft toegelicht dat de financiële gevolgen van staldering bewust bij de veehouderijsector zijn gelegd omdat de voorwaarden in de Verordening voor veehouderijen direct zijn gerelateerd aan de negatieve effecten van een door een veehouder gewenste ontwikkeling. Daarnaast is ervoor gekozen om alleen te stalderen met een bestaand dierenverblijf als bedoeld in artikel 26.1, vierde lid, van de Verordening. Het moet daarbij gaan om dierenverblijven die uitgaande van de peildatum van 17 maart 2017 in de drie daaraan voorafgaande jaren legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het houden van dieren. Daarover is toegelicht dat als ook stallen ingezet kunnen worden die al langer leegstaan, groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk blijft. Een veehouder die blijft zal de investeringskosten voor onder andere de koop van stalderingsmeters van een stoppend bedrijf moeten betrekken in zijn afweging of hij al dan niet verder wil ontwikkelen. Daarbij is in ogenschouw genomen dat de kosten die samenhangen met te nemen maatregelen ten behoeve van de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in een redelijke verhouding moeten staan tot de totale investeringskosten voor veehouderijen. Want alleen op die manier ontstaat daadwerkelijk de dynamiek die nodig is om tot de gewenste transitie te komen. De transitie wordt daarom ondersteund door een investeringsfonds, een fonds dat samen met partijen uit de veehouderijsector via financiële arrangementen veehouders ondersteunt. Blijkens de beleidsnotitie kan met dit flankerend beleid kapitaal worden verstrekt aan bedrijven die toekomstperspectief hebben, maar waar de investeringscapaciteit beperkt is. Daarnaast zal een ondersteuningsnetwerk transitie veehouderij stoppende bedrijven gaan helpen. Bovendien is gekeken naar de door veehouders geuite vrees dat de prijs van stalderingsmeters fors zal oplopen als de koop en verkoop daarvan wordt overgelaten aan de vrije markt. Uit de beleidsnotitie blijkt dat provinciale staten eerst voornemens waren om een stalderingsloket in te stellen. Een loket dat ervoor zou zorgen dat uitbreidende veehouders via het loket tegen kostprijs stalderingsmeters konden verkrijgen met als reden dat de prijs zo laag mogelijk wordt gehouden om zo de gewenste transitie van de veehouderij te ondersteunen. Dit voornemen is ook vermeld in de toelichting van de Verordening. Het uiteindelijke door provinciale staten ingestelde stalderingsloket dient als registratiesysteem zodat een dierenverblijf slechts eenmalig wordt ingezet, maar heeft geen monopoliepositie gekregen wat betreft de koop en verkoop van stalderingsmeters. Daarover heeft het college toegelicht dat nog los van de vraag of een stalderingsloket in overeenstemming zou zijn met Europese regelgeving, ten tijde van de besluitvorming is onderzocht en is geconstateerd dat indien de koop en verkoop daarvan zou plaatsvinden via het stalderingsloket de prijs voor stalderingsmeters € 45 per m2 zou zijn. Het college heeft toegelicht dat in de beginperiode wellicht in enkele regio's een hogere prijs werd gevraagd, maar dat de prijs voor stalderingsmeters inmiddels is gestabiliseerd en uitkomt op € 25 - € 40 per m2. Uit de aanvragen die bij het college worden ingediend, blijkt dat de gemiddelde prijs in de afgelopen periode € 36,50 per m2 bedroeg. Gelet op de totale investering die nodig is voor het oprichten van een dierenverblijf, tussen de € 400 - € 650 per m2, staan de kosten voor stalderingsmeters volgens het college in een redelijke verhouding tot de totale investeringskosten. POV heeft dit niet gemotiveerd bestreden. Bovendien verwacht het college dat de prijs van stalderingsmeters de komende jaren daalt omdat vanaf 2020 op grote schaal meters ter beschikking komen door de zogenaamde stoppersregeling. Gelet op het voorgaande hebben provinciale staten bij het voorbereiden en de vaststelling van de stalderingsregeling mogelijke negatieve effecten van de stalderingsregeling voor hokdierhouders zorgvuldig betrokken en de afweging gelet op de huidige omstandigheden, de vooruitzichten als gevolg van de stoppersregeling en het flankerend beleid deugdelijk gemotiveerd. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de financiële nadelige gevolgen voor varkenshouders in de provincie Noord-Brabant onevenredig zijn in verhouding tot het algemene belang dat provinciale staten en het college nastreven. Dat er een risico is dat op termijn schaarste aan stalderingsruimte ontstaat met als gevolg een prijsopdrijvend effect, betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat de stalderingsregeling is vastgesteld in strijd met het beginsel van een evenredige belangenafweging. In dat geval hebben provinciale staten en het college de bevoegdheid en de mogelijkheid om ook weer op die situatie in te spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2, en de alinea staat in dat document op bytes 124715 tot 129552.