Citaat | Raad van State 12 februari 2020

Alinea 89 Raad van State 12 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452.

17.2. Aan de bestreden regels in de artikelen 6.3 en 7.3 van de Verordening ligt ten grondslag dat de omvang en de concentratie van de veehouderij in de provincie Noord-Brabant groot is. Geruime tijd nam het gemiddeld aantal dieren per bedrijf toe en een groot gedeelte van die intensieve veehouderij in Nederland is gehuisvest in Noord-Brabant. De veehouderijen concentreren zich vooral in het midden en het oosten van de provincie. Hierdoor is in het bijzonder in deze delen van de provincie de druk van veehouderijen op mens, natuur en milieu groot. Om de impact van varkenshouderijen op de omgeving te verminderen hebben provinciale staten op grond van de Reconstructiewet concentratiegebieden eerder beleid vastgesteld in reconstructieplannen. Het doel daarvan was ook een nieuw evenwicht te bereiken tussen de verschillende functies in het landelijk gebied. Het college heeft toegelicht dat dit er niet toe heeft geleid dat intensieve veehouderijen zijn verduurzaamd. Daarnaast heeft het college toegelicht dat in 2010 het maatschappelijk debat over veehouderijen veranderde door onder andere dierziektes zoals de vogelgriep en Q-koorts en de problematiek van fijnstof- en ammoniakemissie van veehouderijen. Provinciale staten hebben daarom in 2010 met een voorbereidingsbesluit beoogd te voorkomen dat veehouderijen in omvang en concentratie groeiden. Tegelijkertijd beseffen provinciale staten dat de veehouderijen een koppositie in de wereld vervullen en dat zij een belangrijke bijdrage aan de economische positie van Noord-Brabant leveren. Met inachtneming van het belang bij een goede kwaliteit van het landelijk gebied en het belang bij ontwikkelruimte voor veehouderijen heeft het college de denklijn 'Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd' vastgesteld. Het uitgangspunt van deze denklijn is dat alleen ontwikkelingen die bijdragen aan de transitie naar een zorgvuldige veehouderij worden toegestaan. Daarvoor worden op bedrijfsniveau voorwaarden gesteld, want door maatregelen te treffen en een dialoog te voeren, vermindert de impact en passen bedrijven beter in de omgeving. Daarnaast wordt op gebiedsniveau de norm voor de cumulatieve geurhinder gesteld, omdat als er veel bedrijven bij elkaar zijn gesitueerd er toch hinder kan ontstaan. Provinciale staten hebben deze denklijn bij besluit van 22 maart 2013 onderschreven en het college de opdracht gegeven de BZV te ontwikkelen. Verder hebben provinciale staten op 7 februari 2014 de Structuurvisie ruimtelijke ontwikkeling - partiële herziening 2014 (hierna: de structuurvisie) vastgesteld. Daarin is uiteengezet dat zich de laatste jaren verschillende functies in het landelijk gebied mengen en agrarische activiteiten worden verbreed met zorgverblijven, recreatieve functies en landschapsbeheer. Deze trend sluit blijkens de structuurvisie aan bij de toenemende vraag vanuit de samenleving om in het buitengebied te kunnen recreëren en om voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het landelijk gebied te behouden. Maar deze trend is steeds lastiger te combineren met de grote omvang en concentratie van veehouderijen, omdat voor een goed woon-, werk en leefklimaat de kwaliteit van het landelijk gebied belangrijk is. Blijkens de structuurvisie wordt een gezonde en schone leefomgeving niet behaald en kan de natuur en het landschap niet worden behouden en worden ontwikkeld vanwege de verdergaande schaalvergroting en intensivering van veehouderijen. Een belangrijke oorzaak daarvan is volgens de structuurvisie dat de voedselproductie door schaalvergroting grotendeels is losgemaakt uit de ecologische en sociale context. Provinciale staten hebben zich daarom in de structuurvisie als ruimtelijke opgave gesteld de ontwikkelingen in het landelijk gebied zo vorm te geven dat er sprake is van een duurzaam en vitaal platteland waardoor multifunctioneel gebruik van het landelijk gebied mogelijk is. In het provinciale beleid is daarom voor de insteek gekozen dat de groei van de veehouderijsector wordt beperkt, de ontwikkeling naar een duurzame en zorgvuldige veehouderij wordt gestimuleerd door het treffen van maatregelen op bedrijfsniveau en overbelaste situaties vanwege de uitstoot van milieuhinderlijke stoffen worden aangepakt. Op deze manier wordt volgens provinciale staten de kwaliteit van het landelijk gebied verbeterd en kunnen er ook ontwikkelingsmogelijkheden aan agrarische bedrijven worden geboden. Voor de uitvoering van dit beleid zijn in de Verordening regels opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f52a487f6e66065a6b2480a9b2f2eb57b906dbdbe262e0fac745676dd90268a2, en de alinea staat in dat document op bytes 57850 tot 62372.