Citaat | Raad van State 6 januari 2020
Alinea 33 Raad van State 6 januari 2020
Een alinea uit Raad van State 6 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:5.
5.2. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, volgt uit artikel 2.6.5, eerste lid, onder e, van de Huisvestingsverordening dat een urgentieverklaring wordt geweigerd, indien het huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van de aanvrager of een lid van zijn huishouden. Het college heeft ter invulling van deze algemene weigeringsgrond beleid gemaakt dat is opgenomen in de beleidsregels. In paragraaf 14, onder j, van de beleidsregels is, zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, neergelegd dat de aanvrager gebruik dient te hebben gemaakt van de mogelijkheid om zich als medehuurder te laten erkennen en dat de aanvrager heeft geprobeerd om op basis van het huurrecht de voormalige gezamenlijke woning op te eisen. Indien de aanvrager hieraan niet heeft voldaan, gaat het college ervan uit dat de algemene weigeringsgrond in artikel 2.6.5, eerste lid, onder e, van de Huisvestingsverordening zich voordoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f8ca81ecb09d2992e6adc178148539a37a0bbd9b69fc45f95cea5ce5e61ffc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f8ca81ecb09d2992e6adc178148539a37a0bbd9b69fc45f95cea5ce5e61ffc0, en de alinea staat in dat document op bytes 12051 tot 13019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f8ca81ecb09d2992e6adc178148539a37a0bbd9b69fc45f95cea5ce5e61ffc0 | shasum -a 256