Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 26 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:604.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hier geen sprake is van zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting. In deze zaak is niet voldaan aan elk van de drie cumulatieve vereisten, geformuleerd in het arrest van het Hof van Justitie van 10 februari 2011, Vicoplus e.a., ECLI:EU:C:2011:64. Verplaatsing van werknemers was niet het doel op zich van de dienstverrichting van [bedrijf D] en [bedrijf B] (hierna tezamen: [bedrijf B]) aan [bedrijf A]. Ook waren de vreemdelingen niet werkzaam onder leiding en toezicht van [bedrijf A], maar lagen leiding en toezicht bij [bedrijf B]. De besluitvorming en de uitspraak van de rechtbank zijn gebaseerd op een beperkt aantal verklaringen van getuigen en deze verklaringen zijn onder druk tot stand gekomen, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3, en de alinea staat in dat document op bytes 8206 tot 9030.