Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 29 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:604.

3.2. Uit het hiervoor, onder 3.1, weergegeven toetsingskader volgt dat voor de beantwoording van de vraag of [appellante] voor de tewerkstelling van de vreemdelingen over tewerkstellingsvergunningen moest beschikken, bepalend is of de dienstverrichting door [bedrijf B] aan [bedrijf A] voldoet aan alle in het arrest Vicoplus geformuleerde criteria. Daarbij geldt als uitgangspunt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het EVRM, dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel moet aan de betrokkene het voordeel van de twijfel worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324, en de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:234).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3, en de alinea staat in dat document op bytes 12103 tot 12912.