Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 45 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:604.

4.3. Bij de toerekening van de termijnoverschrijding en de daarvoor toe te kennen schadevergoeding heeft als uitgangspunt te gelden dat de beroepsfase onredelijk lang heeft geduurd als de duur daarvan meer dan een jaar in beslag heeft genomen (zie onder meer voormelde uitspraak van de Afdeling van 14 september 2016). Sinds de ontvangst van de beroepschriften op 28 maart 2017 tot de uitspraak van de rechtbank op 20 december 2018 is een periode van negentien maanden verstreken. Verminderd met voormelde vier maanden heeft deze fase vijftien maanden geduurd, zodat een overschrijding van de redelijke termijn met drie maanden is toe te schrijven aan de rechtbank en moet worden toegerekend aan de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat). Voor het overige is de overschrijding toe te schrijven aan de staatssecretaris. Dit betekent dat de Staat krachtens artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 600,00 en de staatssecretaris tot betaling van een bedrag van € 1.400,00 aan [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7b02c91265efd289cdc1227cee3938dade2475115a70d4c32ca241dad5dcac3, en de alinea staat in dat document op bytes 23126 tot 24195.