Citaat | Raad van State 26 februari 2020
Alinea 28 Raad van State 26 februari 2020
Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:607.
3.2. Uit het hiervoor, onder 3.1, weergegeven toetsingskader volgt dat voor de beantwoording van de vraag of [appellante] voor de tewerkstelling van de vreemdelingen over tewerkstellingsvergunningen moest beschikken, bepalend is of de dienstverrichting door [bedrijf A] aan [appellante] voldoet aan alle in het arrest Vicoplus geformuleerde criteria. Daarbij geldt als uitgangspunt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het EVRM, dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel moet aan de betrokkene het voordeel van de twijfel worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324, en de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:234).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873, en de alinea staat in dat document op bytes 12009 tot 12819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873 | shasum -a 256