Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 41 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:607.

Verder volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de genoemde uitspraak van 9 december 2009) dat een bestuursorgaan in de regel eerst met de boetekennisgeving jegens de beboete een handeling verricht waaraan deze de verwachting mag ontlenen dat het bestuursorgaan hem een boete zal opleggen. In de grote meerderheid van de gevallen zal derhalve de dag waarop het bestuursorgaan deze kennisgeving doet, gelden als het tijdstip waarop de redelijke termijn bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM aanvangt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873, en de alinea staat in dat document op bytes 21310 tot 21856.