Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 42 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:607.

4.1. In hoger beroep is het oordeel van de rechtbank onbestreden, dat de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden en die overschrijding niet gerechtvaardigd is. Omdat, zoals hiervoor, onder 3.7, is overwogen, de boetes ten onrechte zijn opgelegd, is vermindering daarvan wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals de rechtbank heeft gedaan, niet mogelijk. [appellante] komt in aanmerking voor vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. Daarbij wordt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2388) uitgegaan van een tarief van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij de overschrijding naar boven wordt afgerond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873, en de alinea staat in dat document op bytes 21862 tot 22634.