Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Alinea 43 Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:607.

4.2. Op 11 november 2015 heeft de staatssecretaris [appellante] boetekennisgevingen gezonden, maar niet in geschil is dat [appellante] deze boetekennisgevingen niet heeft ontvangen. Omdat [appellante] met door de staatssecretaris later ingetrokken besluiten van 4 maart 2016 op de hoogte is geraakt van de opgelegde boetes, is het geschil in eerste aanleg op 4 maart 2016 aangevangen. Het geschil in eerste aanleg is afgerond met de uitspraak van de rechtbank van 20 december 2018, zodat deze fase van de procedure twee jaar en bijna tien maanden heeft geduurd. Onbestreden is het oordeel van de rechtbank dat die periode moet worden verminderd met vier maanden, omdat de rechtbank de behandeling van de zaak in die maanden heeft aangehouden in afwachting van een uitspraak van de Afdeling. De redelijke termijn is dus met bijna zes maanden overschreden. Daarmee correspondeert een vergoeding van immateriële schade van € 500,00 per boete, dus € 1.000,00 in totaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30734aaf8d1d727f1f3d0b2c402c471fe4566abde29c42e8bb3a6d0c6768f873, en de alinea staat in dat document op bytes 22640 tot 23629.