Citaat | Raad van State 26 februari 2020

Onder 5.5. Raad van State 26 februari 2020

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:617.

6. [ appellante sub 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen gebruik heeft kunnen maken. Zij heeft aannemelijk gemaakt dat zij toezicht heeft gehouden op het gebruik van het pand, mede naar aanleiding van een inval door Justitie in 2015. De rechtbank is er daarbij ten onrechte aan voorbijgegaan dat zij geen kennis heeft van de Opiumwet. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het in dit geval niet gaat om het aantreffen van verboden middelen maar om voorwerpen in een tuincentrum, waarvan het voor een leek die geen verstand heeft van de Opiumwet lastig is om in te schatten of die voorwerpen voor de hennepteelt worden gebruikt, aldus [appellante sub 1]. Ter zitting heeft [appellante sub 2] gesteld dat zij failliet zal gaan als de burgemeester het tuincentrum mag sluiten. De burgemeester had dit in zijn besluitvorming moeten betrekken, aldus [appellante sub 2].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f75f91fdaabb4a9df8206a5ee7bef2999894b9f38be0dad0aa0a8b01143145b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f75f91fdaabb4a9df8206a5ee7bef2999894b9f38be0dad0aa0a8b01143145b, en de alinea staat in dat document op bytes 27007 tot 28018.