Citaat | Raad van State 11 maart 2020

Alinea 269 Raad van State 11 maart 2020

Een alinea uit Raad van State 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738.

Artikel 7.6 van de wet beperkt de toepassing van het instrument van de bestuurlijke boete tot overtredingen van relatief eenvoudige aard. Overtredingen met betrekking tot de administratie, de verstrekking van gegevens of het aanbrengen van merktekens zijn in beginsel gemakkelijk vast te stellen en de gevolgen van de overtredingen zijn doorgaans niet groot of onomkeerbaar. Dit komt ook tot uitdrukking in de gekozen boetemaxima. Dit stelt de boeteoplegger - de Minister van Economische Zaken - in staat om een lik-op-stuk beleid te voeren ten aanzien van deze overtredingen en dat komt de effectiviteit van de handhaving ten goede en ontlast het openbaar ministerie. (zie noot 14) Deze invulling is in lijn met de uitgangspunten van de kabinetsnota’s uit 2005 en 2008 over de keuze tussen sanctiestelsels (zie noot 15) en de "Boetewijzer voor het bepalen van de maximumboete in wetgeving" (zie noot 16) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652, en de alinea staat in dat document op bytes 81565 tot 82486.