Citaat | Raad van State 11 maart 2020

Alinea 369 Raad van State 11 maart 2020

Een alinea uit Raad van State 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738.

6.11 Er zijn weinig uitspraken over herstelsancties waarin u expliciet ingaat op de vraag of het bestuursorgaan in de bezwaarprocedure een herstelsanctie in uitgangspunt ex nunc of ex tunc moet heroverwegen. Als een overtreder aanvoert dat hij ten tijde van het Bob de overtreding al had beëindigd, volstaat u meestal met de overweging dat het enkele feit dat aan de last was voldaan, niet impliceert dat die last in redelijkheid niet kon worden gehandhaafd bij het Bob. Aldus bijvoorbeeld uw uitspraak van 23 juni 2004 (zie noot 62) over twee lasten onder dwangsom jegens een veehouderij om die te nopen tot (i) gecertificeerde keuring van een mestbassin of mestopslag op andere wijze in overeenstemming met de milieuvergunning en -regels en (ii) voorzieningen om te voorkomen dat mest vanuit het mestbassin op de bodem of in het oppervlaktewater kon komen. De veehouderij betoogde dat het bestuursorgaan in het Bob de lasten ten onrechte had gehandhaafd omdat op dat moment al aan beide was voldaan, zodat zij haars inziens preventieve lasten waren geworden (waaraan zwaardere eisen gesteld worden dan aan lasten tot beëindiging of voorkoming van herhaling). U dacht daar anders over:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652, en de alinea staat in dat document op bytes 138957 tot 140164.