Citaat | Raad van State 11 maart 2020

Alinea 389 Raad van State 11 maart 2020

Een alinea uit Raad van State 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738.

6.19 In uw rechtspraak en die van het CBb heb ik geen zaken gevonden waarin het bestuursorgaan in het Bip weigerde om op te treden en de overtreding daarna werd beëindigd vóór het Bob. Afgezien van het thans te berechten geval, heb ik die situatie in de gepubliceerde eerste-aanlegrechtspraak slechts één keer aangetroffen, in een kortgesloten uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 23 november 2017. (zie noot 75) Het verzoek om maatregelen tegen illegale bewoning van een kantoorpand was afgewezen omdat de verzoeker geen belanghebbende zou zijn. Dat was hij wél, maar lopende de bezwaarprocedure tegen de weigering had de overtreder de overtreding beëindigd, hetgeen voor het bestuursorgaan reden was om bij het Bob het handhavingsverzoek alsnog inhoudelijk af te wijzen. Volgens de voorzieningenrechter was de verzoeker daarmee echter ten onrechte een beslissing onthouden over de vraag of ten tijde van het handhavingsverzoek een overtreding gaande was waartegen had kunnen worden opgetreden. De rechter gaf het bestuursorgaan de volgende opdracht:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652, en de alinea staat in dat document op bytes 151844 tot 152951.