Citaat | Raad van State 11 maart 2020

Alinea 491 Raad van State 11 maart 2020

Een alinea uit Raad van State 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738.

10.5 De minister heeft mijns inziens terecht (zie de onderdelen 4 en 6) bij het nemen van Bob 1 en Bob 2 niet alleen naar de omstandigheden ten tijde van het Bip gekeken, maar ook naar de voor realisering van doel en strekking van de Houtverordening relevante ontwikkelingen sindsdien. Iedereen (behalve wellicht de betrokken bedrijven) is het er inmiddels over eens dat het Bip onrechtmatig was omdat ten onrechte handhaving werd geweigerd, nu vast stond dat de betrokken bedrijven ten tijde van het Bip al voorzorgloos hout hadden geïmporteerd. Maar dat destijds gehandhaafd had moeten worden, impliceert dus nog niet dat ook (veel) later nog gehandhaafd moet worden. Dat hangt ervan af. Hamvraag is (zie onderdeel 7) of de minister ondanks het tijdsverloop en de ontwikkelingen gedurende dat tijdsverloop nog steeds - of opnieuw - een bevoegdheid en daarmee in beginsel ook een plicht tot handhaving heeft. Nu ten onrechte alleen herstelsancties mogelijk zijn, wordt die bevoegdheid c.q. plicht bepaald door de vraag of er nog iets te herstellen valt, dus of er nog iets te beëindigen, te voorkomen of ongedaan te maken valt. Dat het misschien aan getreuzel van de minister ligt dat er zoveel tijd en daardoor mogelijk de herstelsanctiebevoegdheid is verstreken, doet mijns inziens voor de bepaling van die bevoegdheid niet ter zake (zie onderdeel 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5f0a4355d9f3971f3163a1e7dc35451d6e0dce2207888d1a1a8c0487669c652, en de alinea staat in dat document op bytes 214551 tot 215926.