Citaat | Raad van State 15 januari 2020

Alinea 32 Raad van State 15 januari 2020

Een alinea uit Raad van State 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:84.

4.2. Uit de adviezen van de GGD-arts blijkt dat [appellante], zij het enigszins moeizaam, kon traplopen. Ook was de verwachting dat de medische klachten die zij ervaart bij het traplopen met het doen van oefeningen en veel bewegen zouden reduceren. Bovendien volgt uit de verklaring van Fysius Rugexperts van 7 juni 2018 dat de verwachting was dat de rugklachten binnen drie maanden zouden reduceren. Onder deze omstandigheden zijn de medische klachten niet levensontwrichtend en bovendien kan [appellante] volgens de adviezen zelfstandig functioneren in haar woning. De Afdeling is daarom van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er geen ernstig medisch probleem is dat afgifte van een urgentieverklaring rechtvaardigt. Het onderzoek van de GGD-arts is niet ondeugdelijk. Uit het advies van de arts blijkt immers dat hij zich heeft gebaseerd op een spreekuurmoment en verklaringen van de neuroloog, de huisarts en de fysiotherapeut. Dat geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c499813c74153ddf29ce3ee9ad2f7161755a61624b8c22638e09e0e15d75136. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c499813c74153ddf29ce3ee9ad2f7161755a61624b8c22638e09e0e15d75136, en de alinea staat in dat document op bytes 11285 tot 12368.