Citaat | Raad van State 15 januari 2020

Alinea 33 Raad van State 15 januari 2020

Een alinea uit Raad van State 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:89.

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat de RDW zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zich hier geen uitzonderlijk geval voordoet als bedoeld in artikel 40c, derde lid, van het Kr. Volgens de rechtbank valt niet in te zien dat [wederpartij] na 19 maart 1999 nog deel had aan de tenaamstelling van de auto in Nederland. Door de vervallenverklaring met terugwerkende kracht te weigeren, heeft de RDW niet een juist evenwicht gevonden tussen het belang van een juiste registratie in het kentekenregister en het belang van [wederpartij] bij correctie met terugwerkende kracht van deze registratie. Bovendien had de RDW als hij de vervallenverklaring wel met terugwerkende kracht had aangepast tot 19 maart 1999, ervoor gezorgd dat de registratie in het kentekenregister achteraf zou kloppen met de feitelijke werkelijkheid, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05ac35305f2dfabf27d0fb16497daf3b615f51bf74b97058daa85af6eeb0625c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05ac35305f2dfabf27d0fb16497daf3b615f51bf74b97058daa85af6eeb0625c, en de alinea staat in dat document op bytes 8333 tot 9217.