Citaat | Raad van State 7 juli 2021

Onder 4.1. Raad van State 7 juli 2021

Een alinea uit Raad van State 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468.

Tegelijkertijd toetste de bestuursrechter sommige sancties wel degelijk indringender op (on)evenredigheid. Het evenredigheidsbeginsel was destijds in art. 58(3) Ambtenarenwet 1929 als bijzondere beroepsgrond tegen disciplinaire sancties gecodificeerd. Tegen zo’n sanctie kon mede beroep worden ingesteld ‘ter zake dat er tusschen de opgelegde straf en de gepleegde overtreding onevenredigheid bestaat.’ In 1989 erkende de Afdeling Rechtspraak het beginsel van evenredigheid tussen de opgelegde sanctie en de ernst van de overtreding in het algemeen als beginsel van behoorlijk bestuur. De zaak betrof een tijdelijke intrekking van een ontheffing van de sluitingstijden op de grond dat het betrokken café de sluitingstijd had overschreden. De overtreding stond vast en daarmee de bevoegdheid van de burgemeester om de sanctie op te leggen. De Afdeling overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804, en de alinea staat in dat document op bytes 110671 tot 111616.