Citaat | Raad van State 7 juli 2021
Onder 4.2. Raad van State 7 juli 2021
Een alinea uit Raad van State 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468.
Tijdens die parlementaire behandeling is uitvoerig gediscussieerd over de vraag hoe indringend de rechter de toepassing van art. 3:4(2) Awb door het bestuur zou kunnen toetsen. Aanleiding was de vrees bij sommige Kamerleden en de VNG dat die toetsing als gevolg van de positieve formulering van art. 3:4(2) Awb indringender zou zijn dan die onder vigeur van art. 8(1)(c) Wet Arob. De MvT suggereerde namelijk dat indringender toetsing was beoogd:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804, en de alinea staat in dat document op bytes 118080 tot 118604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804 | shasum -a 256