Citaat | Raad van State 7 juli 2021
Onder 7.3.2. Raad van State 7 juli 2021
Een alinea uit Raad van State 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468.
Handhaving, inclusief sanctionering, van het Unierecht door de lidstaten moet volgens het HvJ altijd voldoen aan drie eisen: die van evenredigheid, doeltreffendheid en afschrikwekking. Het oerarrest daarover is de zaak Griekse maïs , waarin het Hof die handhavingseisen baseert op het beginsel van loyale samenwerking van inmiddels art. 4(3) VEU. Deze eisen zijn inmiddels gecodificeerd in veel secundaire EU-regelgeving, zowel verordeningen als richtlijnen. Het EU-evenredigheidsbeginsel geldt aldus voor elke nationale handhavingshandeling binnen de werkingssfeer van het EU-recht, dus bij de handhaving van alle normen die uiteindelijk Unierechtelijke wortels hebben. Die wortels kunnen zich in het VWEU bevinden (bijvoorbeeld mededinging en staatssteun), of in een EU-verordening (Europese subsidies, douane, voedselveiligheid, AVG, etc.) of in een EU-richtlijn (diensten, omgevingsrecht, asiel, arbeidsomstandigheden, geneesmiddelen, telecommunicatie, transactiebelastingen, etc.). De Nederlandse rechter moet daardoor zeer veel sanctiebesluiten reeds op grond van het Unierecht aan het (EU-rechtelijke) evenredigheidsbeginsel toetsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804, en de alinea staat in dat document op bytes 309066 tot 310382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804 | shasum -a 256