Citaat | Raad van State 7 juli 2021

Onder 3.6.3 Raad van State 7 juli 2021

Een alinea uit Raad van State 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468.

Zoals bleek, kunnen omstandigheden waaronder een algemeen rechtsbeginsel zoals het evenredigheidsbeginsel contra legem kan worden toegepast volgens de Hoge Raad vooralsnog ‘slechts bij hoge uitzondering worden aangenomen’. Onevenwichtigheden die een geïntegreerd onderdeel zijn van het formeel-wettelijke stelsel (Hoge Raad: ‘een zekere ruwheid’) kunnen niet door de rechter worden gerepareerd, vooral ook al niet omdat het dan om stelselvragen gaat, waar de rechter niet voor geëquipeerd is. Dat betekent niet dat als een aperte onevenredigheid zich in meer of veel zaken voordoet, zoals bij de terugvordering van kinderopvangtoeslag, die onevenredigheid onvoldoende bijzonder zou zijn om contra legem toepassing van het evenredigheidsbeginsel te rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804, en de alinea staat in dat document op bytes 478209 tot 479130.