Citaat | Raad van State 7 juli 2021
Onder 12.8. Raad van State 7 juli 2021
Een alinea uit Raad van State 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468.
‘De Raad van State adviseerde om het proportionaliteits- en subsidiariteitsvereiste te onderstrepen door de bestuursdwang nader te omschrijven in artikel 13b van de Opiumwet door het opnemen van een niet limitatieve opsomming van vormen van bestuursdwang. Wij hebben in het nader rapport en in de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2006–2007, 30 515, nr. 6, blz. 3) (…) gemotiveerd waarom aan deze suggestie geen gevolg is gegeven. De belangrijkste redenen waren - kort samengevat - dat het noemen van voorbeelden van bestuursdwang vanuit een oogpunt van wetssystematiek ongebruikelijk is en, daarnaast, dat een opsomming in de onderhavige bepaling in de praktijk tot tegendraadse effecten kon leiden. In de praktijk hanteren veel gemeenten bij het bestuurlijke optreden tegen woningen en lokalen, van waaruit handel in drugs plaatsvindt, nu al handhavingsarrangementen. Die handhavingsarrangementen bevatten afspraken tussen vertegenwoordigers van de lokale driehoek en maken onderdeel uit van het lokale drugsbeleid. Uit die arrangementen blijkt verder dat het bestuurlijke optreden, dat wordt toegepast in zwaarte toeneemt naar mate het aantal overtredingen en/of de ernst ervan toeneemt. De sluiting van een pand betreft de meest verregaande vorm van bestuursdwang die wordt toegepast. Juist daarom volgt men bij een sluiting in het algemeen een stappenplan. Daarin zijn de verschillende fasen beschreven van het proces dat uitmondt in een sluiting. Onderdeel van een stappenplan vormt dat de belanghebbende door eigen handelen een sluiting alsnog kan voorkomen. (…). De belangrijkste reden daarvoor is, dat met een beleidskader voor de handhaving een concreet optreden eenvoudig te rechtvaardigen zal zijn tegenover de rechter en daardoor effectief zal blijken te zijn. Het hanteren van een stappenplan door de gemeenten lijkt ons van belang, omdat zij zich daarmee zelf verzekeren van een checklist voor het eigen optreden, en omdat ook voor de rechter inzichtelijk wordt welke belangenafweging vooraf is gegaan aan het bestuurlijke optreden. Beide instrumenten zijn hulpmiddelen bij het optreden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Het is echter niet zo, dat zonder het bestaan van dit instrumentarium het toepassen van bestuursdwang tegen een woning per definitie in strijd zal zijn met artikel 8 van het EVRM. In een dergelijk geval zal de gemeente wel bij de rechter voor een zwaardere opgave staan om haar optreden te verdedigen.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804, en de alinea staat in dat document op bytes 539407 tot 541897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c89ca0d135fe8b52282b59102727020dab2780288816d04ae1973b7ad8686804 | shasum -a 256