Citaat | Raad van State 3 maart 2021

Alinea 29 Raad van State 3 maart 2021

Een alinea uit Raad van State 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:445.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat een snelheidsovertreding, indien herhaald, risico’s meebrengt voor passagiers. Dat oordeel gaat ten onrechte uit van de aanname dat een groot risico bestaat dat een snelheidsovertreding wordt begaan in het bijzijn van passagiers. Als uit te sluiten valt dat een snelheidsovertreding in het bijzijn van passagiers gepleegd zal worden, kan het in gevaar brengen van de veiligheid van de passagiers hem niet tegengeworpen worden. Ook betoogt [appellant] dat, hoewel herroepelijke zaken mee mogen wegen in het oordeel, de invulling van het objectieve en het subjectieve criterium pas feitelijk kan plaatsvinden als alle factoren definitief zijn vastgesteld. Aangezien nog veel veroordelingen herroepelijk waren kon er geen correcte belangenafweging plaatsvinden. Tot slot betoogt [appellant] dat de rechtbank over de vermogensdelicten ten onrechte heeft overwogen dat deze naar hun aard niet te verenigen zijn met de functie van taxichauffeur, omdat de vermogensdelicten zich buiten de terugkijktermijn bevonden. Delicten buiten de terugkijktermijn behoren een andere belangenafweging te ondergaan. In dit geval bestond er onvoldoende aanleiding om de vermogensdelicten mee te laten wegen in de beoordeling, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55cd60b22b1bca0ef9f36aa6cfbf6c85b6562922662ce4d5f536b90e7f20ed3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55cd60b22b1bca0ef9f36aa6cfbf6c85b6562922662ce4d5f536b90e7f20ed3e, en de alinea staat in dat document op bytes 11215 tot 12538.