Citaat | Raad van State 17 maart 2021

Alinea 56 Raad van State 17 maart 2021

Een alinea uit Raad van State 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:554.

In de loop der jaren is binnen de gemeente Lelystad de overtuiging ontstaan dat het goed is om bij de ontwikkeling van het gebied dat later bekend zou komen te staan als De Groene Velden een eis te stellen aan de minimale grootte van (agrarische) bouwpercelen. De gemeente heeft dit ook mondeling afgesproken met de projectontwikkelaar. Deze projectontwikkelaar zou bij het uitgeven van percelen aan ondernemers privaatrechtelijk borgen dat percelen niet tot bouwpercelen kleiner dan 5.000 m² worden gesplitst. Overigens zijn de gronden uitgegeven door een uit vertegenwoordigers van de projectontwikkelaar en de gemeente bestaande branchecommissie. De branchecommissie stelde als eis dat een bouwperceel altijd een minimale omvang van 5.000 m² heeft. [appellant sub 2] heeft voorafgaand aan de aankoop van het terrein met de branchecommissie gesproken. Zodoende is hij op hoogte geraakt van het gemeentelijke uitgangspunt. Dit laatste wordt expliciet bevestigd in een verslag van een adviseur van de StAB die een interview met [appellant sub 2] heeft gehad. Volgens dit verslag heeft [appellant sub 2] te kennen gegeven dat hij ten tijde van de aankoop van het terrein wist dat het uitgangspunt van de gemeente was dat een kavel in het plangebied een minimale oppervlakte van 5.000 m² dient te beslaan. Het verslag is aan [appellant sub 2] toegezonden met het verzoek om daarop te reageren. [appellant sub 2] heeft de feitelijke juistheid van het relevante onderdeel van het verslag destijds - in 2004 - niet betwist. Dat had wel in de rede gelegen als hij bij nader inzien vond dat hij ten tijde van de aankoop van het terrein niet op de hoogte was van de minimale kavelomvang. Het was immers een belangrijke kwestie en de te leveren inspanning was minimaal. Uit het feit dat [appellant sub 2] niet heeft gereageerd, heeft het college mogen afleiden dat hij de bewuste mededeling inderdaad heeft gedaan. De adviseur van de StAB gaat zoiets uiteraard niet verzinnen. Tijdens de hoorzitting van 15 november 2017 heeft [appellant sub 2] volstaan met de opmerking dat hij zich niet meer kan herinneren of hij heeft gezegd dat hij ten tijde van de aankoop van het terrein op de hoogte was van het gemeentelijke uitgangspunt dat een kavel een minimale oppervlakte van 5.000 m² dient te beslaan. Dit is, naar het oordeel van het college, geen daadwerkelijke betwisting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f8d0049389d49269b60131acdfed70c56049c29b467b765164079c5b1357fc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f8d0049389d49269b60131acdfed70c56049c29b467b765164079c5b1357fc0, en de alinea staat in dat document op bytes 19850 tot 22231.