Citaat | Raad van State 7 april 2021

Alinea 70 Raad van State 7 april 2021

Een alinea uit Raad van State 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:745.

Naar het oordeel van de Afdeling wordt met deze benadering niet onderbouwd dat het afschieten van smienten niet zal leiden tot een (significant) negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding van de smient. Ook ontbreekt een motivering voor het aantal van 6500 smienten dat maximaal per jaar mag worden afgeschoten. Dit is te meer van belang, omdat partijen het er over eens zijn dat in dit geval niet volledig kan worden uitgesloten dat het afschot niet wordt gecompenseerd door de natuurlijke jaarlijkse aanwas. De rechtbank heeft daarbij het voorzorgsbeginsel betrokken. Zij heeft de toepassing niet gemotiveerd door te verwijzen naar de door haar ingeschakelde deskundige, zoals de Faunabeheereenheid betoogt. Volgens dit beginsel mogen lidstaten geen afwijkingen van verboden toestaan, indien het onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens onzekerheid laat bestaan over de vraag of de afwijking al dan niet schadelijk is voor de gunstige staat van instandhouding van de soort. Anders dan het college en de Faunabeheereenheid betogen heeft dit beginsel van artikel 191, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet alleen betrekking op gebiedsbescherming, maar op het milieubeleid in algemene zin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df9eaec6be07358c7d78680aa190c0a31c50000528346b5f4cf1c2286c1267a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df9eaec6be07358c7d78680aa190c0a31c50000528346b5f4cf1c2286c1267a3, en de alinea staat in dat document op bytes 28322 tot 29592.