Citaat | Raad van State 26 april 2022

Alinea 44 Raad van State 26 april 2022

Een alinea uit Raad van State 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1219.

6. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van nieuw gebleken feiten en omstandigheden en dat het besluit van 24 februari 2020 daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel tot stand is gekomen. [appellante] voert aan dat de boete bij het eerdere besluit van 22 maart 2016 ten onrechte was opgelegd omdat de Verordening (EG) 561/2006 niet van toepassing was. [appellante] stelt dat de uitzonderingsbepalingen golden omdat er sprake was van eigen vervoer van mest en vervoer van slachtafval. [appellante] betoogt dat de minister tijdens een hoorzitting op 2 april 2019 uitdrukkelijk heeft erkend dat hij niet wist dat [appellante] slachtafval vervoerde en eigen vervoer van mest verzorgde en dat het transport daarom onder de uitzonderingsbepalingen zou vallen. Verder heeft de minister volgens [appellante] te kennen gegeven dat dit ook niet uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel zou blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73, en de alinea staat in dat document op bytes 13334 tot 14316.