Citaat | Raad van State 26 april 2022

Alinea 45 Raad van State 26 april 2022

Een alinea uit Raad van State 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1219.

[appellante] betoogt ook dat de betrokken inspecteur in drie boeterapporten valsheid in geschrifte heeft gepleegd. In het rapport van 17 augustus 2015 staat dat geen sprake was van vervoer van slachtafval of karkassen, niet bestemd voor menselijke consumptie, terwijl de inspecteur dat niet heeft gecontroleerd. Voor de inspecteur had duidelijk moeten zijn dat haar transporten onder de uitzonderingsbepalingen vielen, omdat de afnemers en leveranciers op de rittenstaten stonden vermeld. Volgens [appellante] wist de inspecteur al sinds maart 2018 dat zij ook slachtafval transporteerde en eigen vervoer van mest verzorgde. Desondanks heeft de inspecteur in een boeterapport van 8 mei 2019 - in een andere procedure - opgenomen dat haar transporten niet onder de uitzonderingsbepalingen vielen. De inspecteur heeft willens en wetens onwaarheden in boeterapporten opgenomen met het doel om haar te beschadigen. Volgens [appellante] heeft de rechtbank, door het standpunt van de minister te volgen, niet onafhankelijk en niet onpartijdig geoordeeld. Dat is in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73, en de alinea staat in dat document op bytes 14322 tot 15575.