Citaat | Raad van State 26 april 2022

Alinea 46 Raad van State 26 april 2022

Een alinea uit Raad van State 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1219.

Verder voert [appellante] aan dat de inspecteur een hetze tegen haar voert. Volgens [appellante] heeft de inspecteur op 3 juni 2015 aan haar te kennen gegeven, dat als zij zo doorgaat, hij de vergunningen zal laten intrekken en het bedrijf feitelijk de nek zal omdraaien. Dit betekent, met andere woorden, dat de inspecteur alles in het werk zal stellen om de onderneming te ruïneren. [appellante] stelt dat de inspecteur meerdere onrechtmatige handelingen heeft verricht. Zij wijst erop dat de minister in andere procedures, bij besluiten van 10 december 2018 en 30 april 2020, heeft afgezien van boeteoplegging omdat de inspecteur onvoldoende informatie in de betreffende boeterapporten had opgenomen. Verder wijst zij op een uitspraak van de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 8 juni 2018, ECLI:NL:CBB:2018:252), waarin - in een andere procedure - is geoordeeld dat de vermeende overtredingen van [appellante] op 13 maart 2018 onvoldoende waren onderbouwd, waarna de minister de opgelegde bestuursdwang heeft beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdad86e46ff11e5f7d7e0d40fe11ce85626f2c49bce40b1dcc9151bf69555e73, en de alinea staat in dat document op bytes 15581 tot 16658.